BOOKLOOK wearable books


SpeesBookLookPak

Met teksten door Anouk Beckers, Iris de Leeuw en Harm Stevens
Introductie door Tonya Sudiono

“Deze publicatie laat zien hoe kleding een middel kan zijn om te protesteren. Speespak als protest tegen het aanrakingstaboe van de jaren zestig en het idee dat de mens gevangen zit in een ritme van zoveel mogelijk werk. Booklook als protest tegen het dominante modesysteem waarin kleding niet alleen als commercieel object wordt gezien, maar via historische en sociale verhalen een andere betekenis krijgt.” 


Speespakken 1966 in de tentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum – Kunst en Tegencultuur 1967-1970,
Stedelijk Museum Amsterdam, 2018. Foto Gert-Jan van Rooij.

Ontdek hoe een broekspijp een revolutie kan ontketenen.


Stap in SpeesBookLookPak. Kijk, vouw, lees, maak, reproduceer, draag en speel.
SpeesBookLookPak is een draagbare publicatie en een leesbaar kledingstuk voor de spelende mens van alle tijden.

Voor dit derde nummer, met titel SpeesBookLookPak, gaat initiatiefnemer van Booklook, Anouk Beckers (1990) de samenwerking aan met kunstenaar Iris de Leeuw (1944), die in 1966 het Speespak ontwierp. Booklook nummer 3 vouwt uit tot een jasje (cover, publicatie deel 1) en een broek (publicatie deel 2).

Het onderwerp van deze publicatie is het Speespak. Dit is een kunstwerk gemaakt door Iris de Leeuw in 1966. Het Speespak – bestaand uit een jas en broek met afritsbare broekspijpen – was in de jaren zestig een ‘speelpak’ voor de Homo Ludens: de spelende mens van de toekomst. Dit modulaire pak, met afritsbare en uitruilbare broekspijpen, daagde uit tot contact en interactie. Het werd gedragen als statement door activisten en progressievelingen.

De tekst op de jas, met titel SpeesBookLookPak, is geschreven door Anouk Beckers en Iris de Leeuw. Het bevat gesprekken en briefwisselingen tussen Iris en Anouk en werpt een intergenerationele blik op activisme en het innemen van ruimte als kunstenaar en als vrouw.

De broek neemt je mee op reis door de Nederlandse kunstgeschiedenis vanaf 1966, met Rijksmuseum-conservator Harm Stevens (1969) als gids. De kroniek ‘Speespak: van zolder naar Rijksmuseum’, bestaande uit 14 modules, vertelt de politiek-culturele, artistieke en persoonlijke context waarin het Speespak ontstaat, als onderdeel van het Maastrichtse kunstenaarscollectief Luuks. Hieronder kun je twee fragmenten lezen uit deze tekst. 

Deze publicatie bevat de patronen voor het iconische Speespak ’66 om deze opnieuw te kunnen maken. Ook brengt deze Booklook-editie het Speespak ’66 naar nu: uitgevouwen vormt SpeesBookLookPak het patroon voor een jas en broek van het gloednieuwe Speespak ’26.
Om ons spelenderwijs een alternatieve toekomst voor te stellen.


Fragment uit kroniek Speespak: van zolder naar Rijksmuseum.
Door Harm Stevens, conservator afdeling geschiedenis, Rijksmuseum


Ergens in januari 2011 begon ik (1969) samen met Iris de Leeuw (1944), kunstenaar en maker van het Speespak, aan een Speespak-terugroepactie. Een paar weken eerder had ik Iris bezocht in haar huis in ’s-Heer Abtskerke (Zeeland) om te kijken naar haar archief van kleurig jaren zestig-zeefdrukwerk, dat ons vanaf de tafel LUUKS WHAMM SPEES toeriep, en naar de schaarse restanten van het Speespak uit 1966/67. Over dat pak had ik voor het eerst gelezen in het boek Imaazje! De verbeelding van Provo 1965-1967 van historicus Niek Pas. Zouden er her en der nog meer Speespakken zijn bewaard in Nederland?

Per e-mail en telefoon benaderden Iris en ik vanuit de eigen standplaats – ik in mijn Rijksmuseumkantoor, Iris vanuit huis – mensen met de vraag of zij hun Speespak uit 1966/1967 mogelijk nog thuis in de kast hadden liggen (“Goede morgen, u spreekt met Harm Stevens. Ik ben conservator in het Rijksmuseum en ik vroeg mij af: ahum, beschikt u nog over uw Speespak?”). Een rare vraag misschien, maar wie in het Rijksmuseum als conservator bij de afdeling geschiedenis verantwoordelijk is voor 20ste eeuw doet er goed aan rare vragen te stellen.

De oogst van de terugroepactie was niet onaanzienlijk, hoewel het roze pak, de lakpijp en het pak met opdruk-afbeeldingen helaas dingen bleven van slechts horen zeggen. Evengoed hing de oogst een jaar na aanvang van de zoekactie aan zeven kleerhangers in Iris’ atelier. Het rode Karl Marx-pak versierd met gestempelde Marx-kopjes was bijvangst: geen Speespak, wel in 1966 door Iris gemaakt. Als laatste was het lila Speespak gevonden “in een donkere hoek van een kast op zolder”, zo mailde Iris die eraan toevoegde: “Ik zal het wassen en vertroetelen. Nu hebben we dus een aardige selectie pakken en aanverwante zaken!”
Dus… maar van een aankoop van de Speespakken door het Rijksmuseum kwam het niet meteen. De pakken maakten geen deel uit van (kunst)historische canon, zo moet de gedachte geweest zijn, en de durf om in het Speespak meer te zien dan een sixties-curiositeit ontbrak. Wel werd in 2013 de complete reeks Ontbijt op Bed-tijdschriften samen met een groep posters en pamfletten door de Luuks/Ontbijt op Bed-groep, waaronder ook het Speespak Echtheidscertificaat en de bestelkaart, opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum.

Een prettig verwarrende fase brak na 2013 aan: de Speespakken als bruikleen in het Rijksmuseum, de Speespakken gedragen door een model in een soort mode-fotoshoot in het Rijksmuseum, de Speespakken in de doos achterop de fiets door mij geretourneerd aan Iris, de Speespakken aan een waslijn in Galerie Mon Capitain in Middelburg en de Speespakken op het symposium Laboratorium Nederland 1955-1970 in het Rijksmuseum.

En toen kwam er van hogerhand toch toestemming om de Speespakken voor de collectie van het Rijksmuseum te verwerven. De jaren zestig-wereld van happenings, protest, tegencultuur, de spelende mens, Provo, anti-institutionele kunst was in de voorgaande maanden via allerhande drukwerk in de Rijksmuseumverzameling geland, waardoor een natuurlijke omgeving was ontstaan voor de Speespakken. In 2016 kregen ze een objectnummer: NG-2016-57-1 t/m 4. 

MODULE 2. HET EERSTE SPEESPAK
Maastricht , juni 1966

Het vroegst overgeleverde complete Speespak, bestaande uit broek en jas, is gemaakt in juni 1966, grotendeels van oranje gordijnstof, afgezet met zijden zomen. De jas is voorzien van een katoenen gezeefdrukt label met het woord Speespak, een naam als merk. De naam Speespak is een vrucht van gesprekken binnen het speelse laboratorium van kunstenaarscollectief Luuks (1966-1967), waarvan Hans Mol (1938-2019), Ger Brouwer (1938), Kees Graaf, Iris de Leeuw en - meer zijdelings - Kees Slager deel uit maken. Mol, Brouwer en Graaf kennen elkaar uit de Maastrichtse kunst-scene rond Artishock, een onafhankelijke stichting voor beeldend kunstenaars waarvan zij zich in 1965 onder de naam Space Group hadden losgemaakt.1

Het pak is een “prototiep” waarmee wordt geëxperimenteerd: een toekomstpak. Het Speespak is een plaatselijk afritsbaar vrijetijdspak, bestemd om te veranderen en in te spelen. Want het Speespak is een pak voor de homo ludens, Latijn voor de spelende mens. De geestelijk vader van dit cultuurfenomeen is de Nederlandse historicus Johan Huizinga (1872-1945), die in zijn studie Homo Ludens. Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur (1938) de gedachte formuleert van het spel als de primaire creatieve kracht.2

Ruimtevaart en Space Age-esthetiek zijn halverwege de jaren zestig een inspirerend vergezicht voor moderne vormgevers en populaire cultuur. Volgens fonetische spellingswijze - ook met taal wordt graag gespeeld in 1966 - wordt het Engelse woord space “spees” en het ruimtepak een Speespak, een instrument dat de verstikkende ruimte tussen mensen moet vernieuwen. Het Speespak is niet een modeproduct of een consumentenartikel, maar een werkpak voor de spelende mens van de toekomst, die volgens Luuks anno 1966 bestaat.

1. Niek Pas, Imaazje. De verbeelding van Provo 1965-1967, 2003, p. 251-255.
2. Johan Huizinga (met een voorwoord door W. Ottespeer), Homo Ludens, proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur, 2008.



‘Zij aan Zij, de vrouw in het kreatieve beroep’. Zeefdruk-affiche van Iris de Leeuw, Nijmegen, 1969. Een vrouwelijke studentenvereniging in Nijmegen vroeg Iris een affiche te maken voor een teach-in over vrouwen in het creatieve beroep. Het werd een vlammend beeld van twee vrouwen die naast elkaar stralen, als oerbron van creativiteit. Tegelijkertijd mocht Iris, zelf vrouw met een creatief beroep, een tentoonstelling inrichten met haar kunst. Dit vormde een tegenwicht voor de voornamelijk mannelijke sprekers die voor de teach-in waren uitgenodigd. Rijksmuseum collectie. ‘Zij aan Zij, de vrouw in het kreatieve beroep’. Zeefdruk-affiche van Iris de Leeuw, Nijmegen, 1969. Een vrouwelijke studentenvereniging in Nijmegen vroeg Iris een affiche te maken voor een teach-in over vrouwen in het creatieve beroep. Het werd een vlammend beeld van twee vrouwen die naast elkaar stralen, als oerbron van creativiteit. Tegelijkertijd mocht Iris, zelf vrouw met een creatief beroep, een tentoonstelling inrichten met haar kunst. Dit vormde een tegenwicht voor de voornamelijk mannelijke sprekers die voor de teach-in waren uitgenodigd. Rijksmuseum collectie.

‘Adams Rib’, zeefdruk-affiche van Iris de Leeuw over vrouwenemancipatie, Utrecht, 1973. De afbeelding bevat een foto van stakende vrouwen in de confectie-industrie in Leeuwarden, die uit een opengeritste vagina naar buiten komen. De vrouwen demonstreerden tijdens hun staking voor gelijkberechtiging. Rijksmuseum collectie.
‘Adams Rib’, zeefdruk-affiche van Iris de Leeuw over vrouwenemancipatie, Utrecht, 1973. De afbeelding bevat een foto van stakende vrouwen in de confectie-industrie in Leeuwarden, die uit een opengeritste vagina naar buiten komen. De vrouwen demonstreerden tijdens hun staking voor gelijkberechtiging. Rijksmuseum collectie.




2026